Arbeidsrecht: Werknemer doet ‘te laat’ beroep op uitbetaling van de transitievergoeding

Zure zaak voor deze werknemer. Werknemer (in dienst bij werkgever sinds 1989) wordt op 23 november 2016 op staande voet ontslagen. Eerst vangt hij bot bij de kantonrechter, maar het hof acht het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Het hof herstelt de arbeidsovereenkomst echter niet, maar kent een billijke vergoeding toe.

Nu de arbeidsovereenkomst dus (toch) blijkt te zijn beëindigd door de werkgever, doet deze werknemer een beroep op uitbetaling van de transitievergoeding. Op grond van artikel 7:673 jo 7:686a lid 4 sub b BW moet de werknemer hier binnen 3 maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is komen te eindigen een beroep op doen; daarna vervalt dit recht. Dit is ook exact het oordeel van het hof en verklaart deze werknemer niet-ontvankelijk.

De arbeidsovereenkomst is (en bleef) beëindigd per 23 november 2016; dat de werknemer pas via het arrest van het hof vernam (op 9 november 2017) dat zijn arbeidsovereenkomst niet werd hersteld, maakt dit niet anders.

Uitspraak via Rechtspraak.nl